Beschermingsconstructies in vennootschappen en afdwingbaarheid





A. ALGEMEEN: STATUTAIRE BESCHERMING

1.
Bij de oprichting van een vennootschap wordt door de oprichters veelal vertrokken van een basismodel zonder veel aandacht voor statutaire bepalingen die de belangen van de aandeelhouders - die al dan niet ook een bestuursmandaat opnemen - kunnen beschermen in de toekomst. het verdient toch bijzondere aandacht de statuten enigszins op maat te snijden en niet louter te vertrekken van een model.

Welke elementen kunnen dan vanuit de invalshoek van bescherming bekeken worden:

  • Bestuur van de vennootschap;

  • Vertegenwoordiging van de vennootschap;

  • Verhoudingen tussen de aandeelhouders.

2.
Waarom zouden we deze elementen reeds opnemen in de statuten bij oprichting ? Uiteraard omdat anders statuten zouden dienen gewijzigd te worden en mogelijk bepaalde meerderheden dan niet meer behaald worden. Waarom dan niet louter in een aandeelhoudersovereenkomst?

De opname van de bepalingen die strekken tot bescherming die worden opgenomen in de statuten gelden voor alle aandeelhouders, én voor de bestuurders van de vennootschap, nu statuten tegenstelbaar zijn aan het bestuur. De bepalingen in een aandeelhoudersovereenkomst gelden enkel voor de partijen die ze hebben ondertekend.

Statuten van vennootschappen kunnen ook gewijzigd worden met de vereiste meerderheden en gelden dan automatisch voor alle aandeelhouders, terwijl aandeelhoudersovereenkomsten over het algemeen slechts gewijzigd kunnen worden met unanimiteit van de partijen die ze hebben aangegaan.

Zoals reeds beschreven in een eerdere bijdrage is een aandeelhoudersovereenkomst uiteraard nuttig en kan zij bijvoorbeeld ook nog bepalingen i.v.m. gedwongen overdrachten van aandelen bevatten die verbonden zijn aan door de vennootschap gerealiseerde resultaten in de uitvoering van een businessplan. Een voorbeeld: een aandeelhouder is verplicht aandelen over te dragen aan een andere aandeelhouder, indien geen vooraf gedefinieerde marge wordt behaald. Daardoor verschuift controle binnen vennootschappen.

Een aandeelhoudersovereenkomst zal over het algemeen ook veel verregaandere bepalingen bevatten dan de statutaire bepalingen. Zo kunnen volgrechten opgenomen worden, of mogelijk ook forfaitaire schadebedingen indien een aandeelhouder een voorkooprecht niet respecteert.

De basis van de bescherming kan dan ook best gelegd worden in de statuten van de vennootschap, mogelijk aangevuld met een aandeelhoudersovereenkomst.

 

 

3. Zijn statuten bindend ?

Voor aandeelhouders zijn de statuten de regel die gevolgd moet worden. Het staat aandeelhouders uiteraard vrij om in onderhandelingen omtrent verkoop van aandelen afstand te doen van bepaalde beschermende regels indien dit gewenst is in het kader van het nemen van bepaalde beslissingen, maar verrassingen zijn in principe uitgesloten.

 

B. WELKE BEPALINGEN KUNNEN VOORZIEN WORDEN

4.

Een eerste type beschermingsbepalingen zijn die aangaande de benoeming van het bestuur.

De algemene vergadering benoemt de bestuurders. In de statuten kan een bepaling opgenomen worden die de voordracht van bestuurders regelt. Elke groep van aandeelhouders kan dan een lijst van bestuurders voordragen aan de algemene vergadering vooraleer zij overgaat tot benoeming, en de vergadering zal dan bestuurders kunnen benoemen uit die lijsten

Deze methode garandeert de aanwezigheid van een bestuurder voor elke groep aandeelhouders.

De bestuurder is dan wel nog steeds niet de vertegenwoordiger van de aandeelhouder en in de eerste plaats nog steeds bestuurder van de vennootschap en het enige belang dat hij dient na te streven is dat van de vennootschap.

5.
Eens de Raad van Bestuur benoemd is, kan de werking van de Raad van Bestuur worden bekeken. In principe is de Raad van Bestuur een collegiaal orgaan dat slechts kan vergaderen van zodra een meerderheid van de leden aanwezig is. De statuten kunnen de frequentie van vergaderingen en de rapportering bepalen alsook de oproepingsformaliteiten.

Bestuurders hebben zelf een actieve opvolgingsplicht en dienen zich te informeren over de stand van zaken van de vennootschap en het bestuursorgaan dient samen te komen telkens het belang van de vennootschap dit vereist.

6.
Indien de Raad van Bestuur niet uit een oneven aantal personen bestaat kan er ook vermeld worden, om een staking van stemmen te vermijden dat er aan een zaakvoerder of bestuurder een doorslaggevende stem wordt toegekend.

Dit kan niet door de Raad van Bestuur zelf intern worden beslist.

7.

Is een bevoegdheidsverdeling binnen de Raad van Bestuur aangewezen?

In grote vennootschappen kan het nuttig zijn een bevoegdheidsverdeling op te nemen binnen de Raad van Bestuur.

Dergelijke verdeling van bevoegdheden is, indien deze verdeling wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad niet tegenstelbaar aan derden. Alle bestuurders behouden naar derden de volheid van bevoegdheid, maar intern t.a.v. de vennootschap kan het voor de bestuurders wel een rol spelen.

De bevoegdheidsverdelingen strekken zich uiteraard ook enkel maar uit op het hoofdstuk van het dagelijks bestuur binnen de vennootschap dat door de Raad van Bestuur kan gedelegeerd worden en speelt niet wat betreft de essentiële kern van de bevoegdheden van de Raad van Bestuur, zoals daar zijn het opstellen van het jaarverslag en het opstellen van de jaarrekening.

8.

Wat dan met de vertegenwoordiging?

De vertegenwoordiging van de vennootschap heeft niets te maken met de interne bevoegdheidsverdeling. Die bepalingen regelen hoeveel handtekeningen vereist zijn.

Het verdient ook de voorkeur de mogelijkheid voor de bestuurders om een schriftelijke besluitvorming op afstand te kunnen doen, op te nemen in de statuten.

9.

Een volgend aandachtspunt in statuten betreft de aandeelhouders.

Deze bepalingen vallen uiteen in diverse stukken zoals:

  • Aanwezigheidsquorum bij algemene vergaderingen;

  • Meerderheden bij algemene vergaderingen;

  • Behoud van de pariteit binnen de algemene vergadering door beperkingen op de vrije overdracht van aandelen;

  • Overdrachtsbeperking in geval van overgang van aandelen ingevolge overlijden of verdwijnen van een aandeelhouder.

Indien dergelijke bepalingen opgenomen zijn in de statuten, gelden zij zoals gezegd voor alle aandeelhouders en worden zij tussen aandeelhouders ongeacht de aanwezigheid van de aandeelhouder op een algemene vergadering afdwingbaar in het kader van de geschillenregeling.

De geldigheid van beslissingen van de algemene vergadering zal dan kunnen worden getoetst aan die bepalingen naast het feit dat uiteraard deze bepalingen mee opgenomen worden in het kader van procedures van gedwongen uittreding en uitsluiting voor de rechtbanken.

De rechtbanken dienen immers wanneer zij geroepen worden in het kader van een dergelijk geschil te oordelen, rekening te houden met de statuten.

10.

Het wetboek Vennootschappen voorziet in een basisstructuur die van dwingend recht is en waarvan niet kan afgeweken worden behoudens een verstrenging van de bepalingen.

Afhankelijk van het type algemene vergadering is er een minimale aanwezigheid vereist om te kunnen beslissen. Dat kan uiteraard verstrengd worden. Hetzelfde geldt voor de te behalen meerderheden bij stemming.

11.

Een andere klassieke beschermingstechniek zijn voorkooprechten - die al in het wetboek vennootschappen staan - te voorzien, in combinatie met goedkeurings - en aanvaardingsclausules.

Zo wordt een overdracht van aandelen onder levenden georganiseerd, en wordt de vrije overdracht van aandelen beperkt, minstens onderworpen aan enkele voorafgaande goedkeuringen of de mogelijkheden voor de andere aandeelhouders om de aandelen vooraf over te nemen.

Een stap verder in dergelijke clausules is tevens de opname van de waarderingsmethode.

C. AFDWINGBAARHEID / SANCTIONERING

12.

We hebben dus een mogelijk stramien waaraan aandeelhouders de overdracht onderwerpen.

Wat nu als één of meerdere aandeelhouders zich niet aan dat stramien houden, en de voorkooprechten of goedkeuringsclausules niet naleven bij een verkoop of overdracht van aandelen. Wat zijn de mogelijkheden dan.

De analyse daarvan dient uit te gaan van de mogelijkheden van de achtergebleven of "misnoegde" aandeelhouder" aan wie de aandelen niet werden aangeboden.

Een eerste is het standpunt ten aanzien van de koper van de aandelen, in onze hypothese een derde die nog geen aandeelhouder was. Hij kocht de aandelen van een bestaand aandeelhouder die naliet het voorkooprecht te respecteren.

Een tweede is het standpunt ten aanzien van de verkoper.

Een derde aspect is dat van de vennootschap zelf waarvan de aandelen werden verkocht, en haar raad van bestuur.

11.

Lastens de koper van de aandelen kan mogelijk de nietigheid van de overdracht worden gevorderd.

In een arrest van het Hof van Beroep van Luik van 7.6.2012 (J.L.M.B., 2013, liv. 29, 1495) werd dit ondermeer bevestigd.

Het Hof oordeelt daar dat de nietigheid van de verkoop als sanctie kan opgelegd worden "als herstel in natura" nu dat de enige manier is om de situatie te herstellen en een schadevergoeding dat niet kon. Dit kan dus, indien redelijk aangenomen kan worden dat de miskende aandeelhouder zijn voorkooprecht zou hebben uitgeoefend, of zelfs na de verkoop nog uitoefent tegenover de derde die de aandelen kocht.

In dit concrete geval ging het Hof niet zo ver als onmiddellijk de aandelen toe te wijzen aan de miskende aandeelhouder - hetgeen ook kan - omdat de oorspronkelijke verkoop hier plaatvond in het kader van een echtelijke problematiek en er een overdracht plaatsvond aan 1 €, hetgeen niet overeenstemde met de reële waarde.

De rechtspraak gaat er ook vanuit dat de nietigheid kan gevorderd worden van zodra de derde voorafgaand aan de verkoop eenvoudig kennis had van het voorkooprecht. In een BVBA en en CVBA is dergelijk recht in de wet vermeld zodat een derde er niet onwetend van kan zijn.

Er kan ook schadevergoeding worden gevorderd van de derde, indien kan aangetoond worden dat de derde kennis had van het beding. Dan is er sprake van derde-medeplichtigheid aan contractbreuk door diens verkoper.

12.

Ten aanzien van de verkoper van de aandelen die het voorkooprecht miskende kan de miskende aandeelhouder schadevergoeding vorderen. Tussen de misnoegde aandeelhouder en de verkoper gelden contractuele afspraken die niet werden nageleefd.

Indien de rechter eerst de nietigheid uitspreekt, en de aandelen niet dadelijk toewijst aan de misnoegde aandeelhouder, dan kan deze zijn voorkooprecht nog uitoefenen tegen die verkoper.

Indien de aandelen dadelijk zouden toegewezen worden door de rechtbank, dan dient de koper de prijs te ontvangen die hij voor de aandelen betaalde.

 

13.

In ieder geval zal de vennootschap, middels haar bestuurders, de overdracht die in strijd met een voorkooprecht werd uitgevoerd niet erkennen, en dienen de bestuurders aan wie de statuten tegenstelbaar zijn, te weigeren deze overdracht in te schrijven in het aandelenregister.

De bestuurders zijn immers gehouden de statuten te respecteren, en indien zij dat niet doen stellen ze zich mogelijk bloot aan aansprakelijkheden.

De vennootschap zal dus enkel nog de oude aandeelhouder als aandeelhouder erkennen, en mogelijke dividenden aan hem dienen te betalen. Deze zal deze mogelijk dienen door te storten aan de koper van diens aandelen. deze laatste kan evenwel de rechten verbonden aan de aandelen niet rechtstreeks uitoefenen tegen de vennootschap.



d2afe97e-0e9e-4dad-b17b-95ed126c2a7b
7640afce-1115-4036-b536-cdbc40b06eb4
292b5080-66e5-4b1b-b5f2-2e6ab0090dba
                       CGK Advocaten • Paleisstraat 24 • 2018 Antwerpen
                                           Info@cgkadvocaten.be
GORIS, KIPS en MAES BVBA - BE0461.168.781  -   LEPERE ADVOCATEN BVBA - BE0875.340.173